We schrijven oktober 2006. The Huds zijn op sterven na dood. De groep is gereduceerd tot de hardste der harde kernen – ruggengraat en prostaat, om het cru uit te drukken. De laatste aderlating komt er wanneer de kersverse en snoeihard rebelse bassist Roeland Termote besluit dat The Huds toch een beetje te braafjes zijn, een drol legt in de voortuin van gitarist Gert Boel, daarrond met zijn Ford Mustang drie donuts trekt, om daarna met de Noorderzon te vertrekken. Enkel drummer Hans Timmermans en Gert Boel, beiden vissers van het eerste uur in de vijvers van de rock & roll, blijven achter.
Het gaat snel achteruit met wat overblijft van de groep. Gert verdoet zijn tijd in doempige havenkroegen en naar Bifiworst geurende voetbalkantines, waar hij zijn ziel probeert te zalven door zijn leed te delen. Zijn weeklachten worden telkens opnieuw onthaald op trokken, detsen en bokken. Hans probeert de extase van de pompende drums en vlammende gitaren te vervangen door wilde avondjes in hippe clubs en spontane roadtrips door de Balkan. Maar ersatz-rock & roll blijkt bijzonder bitter te smaken. Een pekzwart karveel, bemand door Berlijnse saters die op snerpend hoge toon Brown Sugar van de Stones kelen, verschijnt aan de horizon. Vertrokken uit het Walhalla van de rock & roll, gekomen om The Huds uit het aardse kluwen te verlossen.
Wanneer de bloem op het punt staat uitgeteerd ter aarde te zijgen valt uiteraard één laatste zaadje uit de kelk. Voormalig gitarist Tanguy Vranckx had de groep in 2005 verlaten ten bate van zijn studie handelsingenieur, maar na een fout gelopen zaakje met een trustfonds op de beurs van Kuala Lumpur en geruchten over een zwarte kas in Luxemburg besluit hij het wereldje van de blauwe satijnen dassen en gesteven hemden vaarwel te zeggen. Eens te meer koppelt hij zichzelf aan de rammelende, kletterende rockmachine van The Huds, eens te meer worden zijn levenssappen afgetapt ten bate van de eeuwige groove. Tanguy wordt bassist, en The Huds kunnen weer rollen.
Ondertussen had ook laconiek toetsenman Maarten Boudry zich bij de groep gevoegd. Cynisch tot op het bot en doorvoelde luis in de pels van de alternatieve geneeswijzen. Hij tokkelt af en toe geestdriftig charmante pianolariedels bij de algehele pletwals van geluid die The Huds is. En de algehele verlossing kwam er toen Katrien Depecker in het repetitielokaal van de groep binnenzweefde. Met een ongenaakbare grijns, vurige kijkers en een diepgewortelde voorliefde for all things wild in dit leven knalde ze de versnellingsbak van de groep zo in zesde. Nadat haar diepe, snoeiharde en doorrookte stem zich aan de groep toevoegde balde het geheel zich tot een bliksemschicht die los door elke sociale, etnische en culturele subgroep heen flitst. Hiphoppers, jumpers en lutheranen gaan zonder uitzondering voor de bijl.
De groep heeft zich nu opnieuw ontwikkeld tot een veelzijdige bloem. Woeste rock & roll scheurt zich een weg door uw tere trommelvliesjes, bijt zich venijnig vast in uw lendenen en zwiert u de hele zaal rond. Maar net zo goed huilt u tien minuten later een oog uit, luisterend naar intieme verhaaltjes over de liefde en haar scherpe klauwen. Of lekker verleidelijke blues, die u met zachte aandrang richting een dieprode bedstee kietelt.
Maar opdat we toch een beetje rock & roll zouden zijn: